Jetten I: kabinet van Chinahaviken

Deze week werd bekend wie de drie coalitiepartijen voordragen als beoogd bewindspersonen. Op sleutelposities wat betreft buitenlands beleid zijn een aantal notoir China-kritische politici voorgedragen.
Als alles volgens plan verloopt wordt op maandag 23 februari het nieuwe kabinet beëdigd. Deze week maakten D66, VVD en CDA bekend welke partijgenoten een plek als minister of staatssecretaris zijn toebedacht. Ik zet de belangrijkste hoofdrolspelers wat betreft buitenlands beleid op een rijtje.
Minister-president Rob Jetten (D66): Het zal geen verrassing zijn dat deze D66'er pro-Europees is en voor vergaande Europese samenwerking op defensiegebied pleit. Je mag verwachten dat hij in de Europese Raad weer de stem van Nederland kan laten horen, ook al is Renew Europe waartoe de Europese D66-fractie behoort niet de meest invloedrijkste in het Europarlement.
Jetten werd snel nadat hij in de Kamer kwam al fractievoorzitter en was minister voor klimaat en energie. Hij heeft daarom niet een heel duidelijk profiel opgebouwd op het onderwerp China. Wel pleitte hij in 2022 voor het weren van Chinese toeleveranciers bij cruciale onderdelen in de stroomvoorziening.
Minister van buitenlandse zaken Tom Berendsen (CDA): Deze europarlementariër is een pleitbezorger voor een sterk Europa en anders dan Jettens D66 behoren de Europese christendemocraten tot de invloedrijke EVP-fractie. Ook dat is gunstig voor de geworteldheid van dit kabinet in de EU.
Hij staat bekend als zeer Chinakritisch en ik durf wel te zeggen Chinafoob. Berendsen zit er geharnast in als het om potentiële veiligheidsrisico's gaat van onze samenwerking met China. Ook als die risico's beheersbaar of zelfs imaginair zijn. Of het nou gaat om Chinese investeringen in de haven, Chinese bussen of Chinese stroomkabels; Berendsen is er faliekant tegen. Iedere journalist in Nederland weet: heb je nog iemand nodig om de noodklok over China te luiden, bel Tom Berendsen.
Minister van defensie Dilan Yesilgöz (VVD): Niet iemand die je direct met het vakgebied defensie associeert, maar het zijn dan ook politieke overwegingen die haar dit departement hebben doen claimen. Het is een departement waar je momenteel goede sier kan maken, niet hoeft te bezuinigen en je de kans geeft op de rode lopers op het wereldtoneel aan je profiel als staatsvrouw te werken. Ze heeft geen uitgesproken Europees profiel.
Vanwege haar portefeuilles in het verleden heeft zij ook geen duidelijk profiel ten aanzien van China. Wel diende zij in 2021 kamervragen in over het gebruik van Chinese scanners door de douane en in 2023 schaarde zij zich in een interview met Bloomberg achter de Amerikaanse wens de export van ASML-chipmachines aan China te beperken. Sterker nog; zij zei dat Nederland dit al veel eerder had moeten doen. Hoe zij over China als militaire dreiging denkt en over Nederlandse militaire aanwezigheid in de Indo-Pacific zal moeten blijken.
Staatssecretaris van defensie Derk Boswijk (CDA): Als reservist iemand met daadwerkelijk militaire ervaring. Sinds 2021 kamerlid en was onder meer woordvoerder defensie en buitenlandse zaken. Aangenomen mag worden dat hij zich met personeel, materieel en bedrijfsvoering gaat bezighouden. Als het gaat om materieelaanschaf wordt afstemming binnen Europa een belangrijk aspect.
Is kritisch over de veiligheidsrisico's van onze relatie met China, zonder daarbij de dagelijkse realiteit uit het oog te verliezen dat de Chinees-Nederlandse relatie ook andere aspecten behelst. Ik zou hem als China-realist omschrijven.
Minister van economische zaken Heleen Herbert (CDA): Iemand die altijd in het bedrijfsleven heeft gewerkt (en ik reken de geprivatiseerde NS dan maar even tot de private sector) en laatstelijk als directeur strategie bij bouwbedrijf Heijmans. Van haar mag een open houding ten aanzien van Europa en China worden verwacht. Voor zover ik kon vinden heeft ze over dat laatste zich nooit publiek uitgelaten.
Die achtergrond maakt het wel mogelijk een verse start te maken in het Nexperia-dossier, nu haar voorganger Vincent Karremans beoogd minister van infrastructuur en waterstaat is. Karremans heeft weinig energie gestoken in het herstellen van de beschadigde relatie met China. Herbert kan allicht een werkbare oplossing bewerkstelligen voordat het niet meer hoeft en Nexperia Nederland ophoudt te bestaan en gebeurt wat Karremans probeerde te voorkomen.
Minister van buitenlandse handel Sjoerd Sjoerdsma (D66): Een interessante benoeming van deze Chinahavik, omdat Sjoerdsma op een sanctielijst van de Chinese regering staat. De reden hiervoor was de genocide-motie in 2021 waarvoor hij het initiatief nam en die hij aangenomen kreeg.
"We gaan niet door de Chinezen laten bepalen wie we hier in Nederland wel of niet voordragen voor een kabinetspost", zei aankomend premier Jetten hierover. En daar heeft hij formeel gesproken gelijk in. Maar lastig kan het wel zijn. Natuurlijk wordt het handelsbeleid in toenemende mate door Brussel afgehandeld, dus Sjoerdsma hoeft hierbij niet in de weg te lopen. Maar zijn benoeming geeft wel een signaal af, dat -zo bedoeld of niet- door Beijing niet onopgemerkt zal blijven. Ik geloof niet dat China zonder handreiking vanuit Nederlandse kant hem van de sanctielijst zal verwijderen.
Staatssecretaris voor digitale economie Willemijn Aerdts (D66): Zal weinig direct contact met China hebben, maar in haar portefeuille zal de naam van het land vaak vallen. Zij was onderzoeker op het gebied van inlichtingen- en veiligheidsdiensten aan de Universiteit Leiden. Van wat ik van haar gelezen heb zou ik haar onder de Chinarealisten scharen.
Fractievoorzitters Jan Paternotte (D66), Ruben Brekelmans (VVD) en Henri Bontenbal (CDA): Alledrie zijn ze Chinakritisch, maar wel in gradaties en met een verschillende motivatie. Paternotte is meer ideologisch gedreven en maakt zich van dit drietal het meeste druk om mensenrechten. Hij is lid van een internationale groep Chinahaviken, de Inter-Parliamentary Alliance on China, die een harde lijn tegen China voorstaat en zich sterk maakt voor Taiwan.
Brekelmans zit meer op de VVD-lijn dat China primair een veiligheidsrisico vormt. Hij wil drempels opwerpen om Chinese technologie te weren en als minister van defensie was hij voorstander van Nederlandse militaire aanwezigheid in de Indo-Pacific.
Bontenbal legt daarentegen de nadruk op economische veiligheid en concurrentiekracht. Hij wil de Europese industrie beschermen, ook als dat betekent dat Chinese producten duurder worden of worden geweerd.
Samenvatting: Uit de verkiezingsprogramma's van de regeringspartijen bleek al een Chinakritische opstelling. Van deze drie had alleen het CDA nog iets positiefs over China te melden; de andere twee beschouwen de tweede economie ter wereld louter als risico.
Voorheen was het vooral de Kamer die daar invulling aan gaf en namen kabinetten een meer pragmatische positie in. De Nexperia-kwestie was eigenlijk voor het eerst dat het kabinet voor een confrontatiepolitiek ten aanzien van China koos. Al is onduidelijk of dat politieke onhandigheid, eigenwijsheid van de minister of een gezamenlijk kabinetsbesluit was. Maar in het kabinet-Schoof ging wel vaker iets mis en ontbrak de regie op meer dossiers.
De vraag is of Jetten I met zoveel Chinakritische bewindslieden terugkeert naar een realistische Chinakoers of nu ook echt de confrontatie met China zoekt. Want hoewel veel kritiek op China terecht is, hebben wij ons wel met dat land te verhouden. Er is sprake van wederzijdse afhankelijkheden en we hebben elkaar soms gewoon nodig. Zeker nu het geopolitieke landschap ingrijpend verandert en de vertrouwde transatlantische band onder druk staat, is het noodzaak de relatie met China op zijn minst werkbaar te houden.
In het regeerakkoord staat dat we moeten optreden tegen diefstal van intellectueel eigendom, ongewenste inmenging in vitale infrastructuur en dat het kabinet China aanspreekt op mensenrechtenschendingen, ondermijnende activiteiten in Europa en steun voor Rusland. Maar ook dat we de kansen in onze relatie met China moeten benutten. Laten we hopen dat het kabinet daarin een evenwichtige afweging weet te maken.