economie cultuur politiek RSS

Q&A: Eric Hendriks over academische vrijheid

Q&A: Eric Hendriks over academische vrijheid

De Rijksuniversiteit Groningen ziet af van een campus in Yantai vanwege twijfels over ideologische inmenging van Chinese autoriteiten. Wat merk je in China als wetenschapper in de praktijk van bemoeienis van partij en staat met je werk, vraag ik aan Eric Hendriks in een mail-Q&A.

Jij doceert en doet onderzoek naar een gevoelig onderwerp aan de Peking Universiteit. Wat heb jij de afgelopen drie jaar gemerkt van ideologische sturing op jouw werk?

"Ik heb als onderzoeker persoonlijk geen last gehad van directe censuur, intimidatie of afpersing. Om me heen heb ik wel enkele schrijnende verhalen gehoord, vooral met betrekking tot rechte-loosheid, gebrek aan transparantie en afhankelijkheid van persoonlijke netwerken.

Mij viel het al snel op dat het zelfs als werknemer moeilijk was om naar de ‘publieke’ praatjes op de universiteit te gaan, omdat er gesloten gastenlijsten worden gehanteerd. Daarnaast wordt op de universiteitswebsite achteraf pas vermeld dat er een praatje was van iemand, zonder in te gaan op wat er besproken is. Van tevoren kan je vaak geen informatie vinden. Een vluchtige blik op alle triomfantelijke berichten over belangrijke Chinese en internationale wetenschappers, kunstenaars en politici die de universiteit hebben aangedaan, kan zo de schijn wekken van een intellectueel bruisende campus. Maar achter de façade van een wereldse, discussierijke campus liggen verdekte controlemechanismen verborgen.

De politieke commissaris op de Sociologie Faculteit is een hele aardige vrouw. Dat zeg ik zonder sarcasme. Ik heb in mijn tijd op Peking Universiteit geen last van haar gehad. Waarschijnlijk zijn er trouwens meerdere commissarissen op de afdeling, maar zij is de enige waarvan ik zeker weet dat ze een politiek commissaris is en ze is degene met wie ik verreweg het meeste contact had van al mijn collega’s. Van censuur heb ik weinig gemerkt, maar ik denk dat ik wel in de gaten werd gehouden.  
Er was een interessant voorval waarbij ze me geruststelde nadat ik op WeChat-wall had geklaagd dat mijn favoriete gemakswinkel opeens gesloten was. Het ging om een winkeltje dat populair was bij buitenlanders, omdat het veel westerse, Koreaanse en Japanse producten en lekkernijen verkocht. De sluiting stond niet op zichzelf. Alle winkeltjes in mijn appartementencomplex werden in een keer gesloten. Ik hoorde dat de eigenaren van de ene op de andere dag hadden gehoord dat hun zaakjes moesten sluiten en dat ze moesten rennen om zo veel mogelijk van hun eigendommen tijdig uit hun winkelruimte te halen. De reden was onduidelijk, maar ik vermoedde dat er nare spelletjes gespeeld werden en dat goedlopende winkeltjes dicht moesten omdat er ergens een partijbons rijker kon worden als er anderen in die gebouwtjes zaten. Ik schreef daarom: ‘The boys of the CCP have been at it again’ in het Engels. Provocerend natuurlijk, maar ik was boos.

Vervolgens kreeg ik een berichtje van de politieke commissaris: de winkel zou heropenen op een nieuwe locatie om de hoek. Dat werkte inhoudelijk geruststellend, maar ik vroeg me meteen af waarom ze zo goed geïnformeerd was. Het klopt dat mijn appartementencomplex voor studenten en wetenschappers aan de Peking Universiteit was gekoppeld, maar die organisatorische lijn loopt niet via de Sociologie Faculteit. De dame in kwestie woonde zelf ergens anders. Mijn vermoeden is daarom dat de politieke commissarissen contact met elkaar houden en hadden opgemerkt dat er onvrede was onder de buitenlandse wetenschappers en studenten over die gesloten winkeltjes. Mijn indruk is dat mijn politieke commissaris op zo’n moment tot taak heeft om me gerust te stellen en te pacificeren. Dat heeft een gedienstige, behulpzame kant, maar ook een controlerende en beheersende kant. Het begint aardig, maar als ik had geprobeerd om ontevreden mensen bij elkaar te krijgen om de kwestie omtrent de winkeltjes te bespreken en aan te kaarten, dan was er wellicht ingegrepen. Ik heb het niet uitgeprobeerd."

 

De Australische hoogleraar Wanning Sun schreef over haar ervaringen op een Chinese universiteit dat zij was aangemoedigd door de partijsecretaris om alle onderwerpen naar eigen goeddunken te behandelen. Zij was daarover verbaasd, maar Chinese collega's zeiden dat een secretaris die het vertrouwen van de partij geniet nuttig kan zijn om partij-ideologen op afstand te houden. Betekent dit dat de mate van academische vrijheid in China afhankelijk is van individuen en dat de omstandigheden op een campus snel kunnen veranderen?

"Dat laatste klopt en precies daarom is een langetermijn investering in iets als de Yantai-campus riskant. Zelfs als het aanvankelijk allemaal prima gaat, kan de situatie opeens veranderen omdat de poppetjes wisselen of omdat er opeens een nieuwe lijn uit wordt gezet door de partijelite. In een land zonder machtenscheiding en rechtstaat ben je op lange termijn overgeleverd aan de grillen van politieke netwerken, politiek/zakelijke netwerken en autoritaire fratsen van de top. Denk daarbij niet alleen aan censuur en zelfcensuur, maar ook of vooral aan afpersing en corruptie."

 

In een opinieartikel in de Volkskrant toonde jij je erg negatief over de plannen van Groningen in Yantai. Aan de andere kant is China voor academici interessant, al was het maar vanwege de enorme onderzoeksbudgetten. Sluit jij samenwerking volledig uit, of zijn er voorwaarden denkbaar waaronder dat mogelijk is?

"Het probleem is nog veel groter en breder dan ik in mijn opiniestuk stel. In mijn stuk richt ik me namelijk op de politieke censuur, maar het ware probleem is ook of vooral cultureel en maatschappelijk. Men voert in China nergens discussies vanwege de hiërarchische verhoudingen en de nadruk op harmonische conflictvermijding. Er wordt in families niet gediscussieerd; er wordt op scholen niet gediscussieerd; er wordt in de media en in de politiek niet (openlijk) gediscussieerd.

Het probleem op een universiteit is daarom niet alleen dat geen discussies over politiek gevoelige onderwerpen kan worden gevoerd, maar dat er bijna nergens discussies worden gevoerd zoals wij die in het westen kennen; ook niet over onderwerpen die niet politiek gevoelig zijn. Meningsverschillen worden verborgen. In uitzonderlijke gevallen ontstaat ruzie. Maar een constructieve inhoudelijke discussie? Poe. Zeldzaam.

Aansluitend wordt er weinig kritisch nagedacht, of in ieder geval niet op de manier die wij in het westen verstaan onder ‘kritisch’. Sociale relaties staan boven waarheid. Wie iets zegt is belangrijker dan wat er gezegd wordt. Vergeleken met de westerse landen waar ik bekend mee ben (Nederland, de VS, Duitsland), hecht China minder waarde aan waarheid. Waarheid heeft hier zeker een lagere prioriteit dan in de Nederlandse cultuur en maatschappij.

Het is om deze redenen bijna onmogelijk om met Chinezen in China sociale wetenschap te bedrijven zoals we dat in het westen doen. Ik hou me in mijn opiniestukken een beetje op de vlakte op dit punt, omdat ik denk dat Nederlanders zich niet voor kunnen stellen hoe anders een cultuur en een regime om kunnen gaan met dingen als waarheid en rechtvaardigheid. Ik focus in mijn krantenartikel over Yantai op de kwestie van politieke censuur, omdat ik denk dat ik dat eenvoudig aan westerlingen krijg uitgelegd. Met een lastig, verwarrend en wellicht zelfs afwijkend verhaal over een gebrek aan respect voor waarheidsvinding zou ik mezelf retorisch op glad ijs begeven. Maar hier voor uw blog: ik geloof dat je binnen het Chinese maatschappelijke regime vanwege zowel politieke als culturele redenen met lokale wetenschappers geen sociale wetenschap kan bedrijven op het niveau en op de wijze die we in Europa gewend zijn. De sociale wetenschappen zijn ontwikkeld in westerse landen en zijn impliciet gegrondvest in westerse waarden en ideeën."

 

Voor deze Q&A heb ik meerdere Nederlandse academici benaderd die in China doceren. Zij wilden niet on the record worden geciteerd over het onderwerp academische vrijheid in China. De Chinese ambassade heeft jouw opiniestuk natuurlijk ook gelezen; heb je daar iets van gemerkt in China?

"De ervaring van westerlingen die zich met uiterst gevoelig ngo-werk richting China bezighouden, leert dat de Chinese ambassade in Nederland en de autoriteiten in China zelf niet ‘goed’ samenwerken. Dat betekent dat als je kritische opiniestukken over de Communistische Partij schrijft in Nederlandse kranten, je door de Chinese ambassade in Nederland op een zwarte lijst kan worden gezet. Dan kan je bijvoorbeeld geen visum meer krijgen.

Maar als je zoals ik al in China zit en alles hier regelt via de locale instanties, dan heb je van de Chinese ambassade in Nederland vervolgens -als je tenminste niet te veel machtige mensen boos maakt- geen last meer. Je bent al binnen en kan hier alles verlengen.

Het zou kunnen zijn als ik in de toekomst ooit weer iets in Nederland bij de Chinese ambassade aanvraag, dat ik een afwijzing krijg omdat ik op een zwarte lijst ben gezet. Het kan ook zijn dat de censuur in de komende jaren wordt aangescherpt. Uiteindelijk weet je nooit zeker wat de Chinese autoriteiten gaan doen op de lange en middellange termijn, want dat weten ze zelf ook niet."

dinsdag 30 januari 2018


Gerelateerde onderwerpen:

China geeft Ilham Tohti levenslange gevangenisstraf
Minister waarschuwt docenten voor rode lijn
Universiteiten moeten ideologische begeleiding bieden

Over Blogaap

China-deskundige Fred Sengers publiceert op Blogaap.nl over het nieuws en de belangrijkste ontwikkelingen uit en over China op politiek, economisch en cultureel gebied. 

Hij publiceert en spreekt over China in de media, geeft gastcolleges op hogescholen en universiteiten en is tevens dagvoorzitter en spreker op congressen en seminars. Staat desgevraagd weleens organisaties die met China hebben te maken met raad en daad bij.

Lees verder